Gods Tempel

Corsica, Golfe de Porto, 02-06-2002

Ik heb een rotsplateautje gevonden met precies mijn vorm, en lig daar, naast m'n boot, met een kop koffie wat om me heen te staren. Soms naar de lucht, soms naar het water, soms naar het boek op m'n schoot. Pas als het boek me niet meer boeit gaat m'n aandacht naar de rots waar ik op lig. Ik wist al dat hij precies paste, maar het valt me nu pas op dat het geen deel uitmaakt van de klippen. Het is een los blok steen, ongeveer zo groot als mijn huis, kennelijk los geraakt van een berg die me nog niet was opgevallen: Ik heb zo dicht langs de kust gevaren dat ik het binnenland niet kon zien.

Ik klim naar de top van het blok om te zoeken naar de berg. Die is er inderdaad: Vlak naast me, een grillige, vulkanische oprisping die zeshonderd meter stijl de lucht in gaat. De lage, beboste hellingen liggen vol met blokken van het soort waar ik nu bovenopsta: Een aardverschuiving van losse brokken steen, waarvan de mijne lang niet de grootste is.

Heel even dringt de grootsheid van het tafereel tot me door. Mijn denkraam is eigenlijk niet groot genoeg om het te bevatten, maar door met m'n ogen van rotsblok naar rotsblok te springen, en vervolgens langs de bergwand naar boven, krijg ik even een indruk van de omvang, en sta ademloos. Het gevoel is meteen weer weg, maar ik kan het herhalen door het spoor nog een keer te volgen, en nog een keer.

Volgens de Corsicanen is deze baai geschapen door de duivel, in een vlaag van razernij. Volgens mij is het geschapen door God, met een glimlach. Zelfs God wil wel eens spelen met zijn krachten en iets scheppen dat hem eer aandoet: Geen zon deze keer, geen sterren, maar een kunstwerk. Een openlucht-kathedraal van een grootsheid die mensen nooit kunnen evenaren, als we hem al kunnen bevatten.

Op zo'n moment vind ik het jammer dat ik niet geloof in God. Ik zou graag iemand willen bedanken voor het scheppen van deze schoonheid.