JOUW schuld!

Het zonnetje scheen, de wilgen stonden in bloei, de vogels floten en heel ontspannen dobberde ik in m'n kayak in één van de kleinere kreekjes van de Biesbosch, met m'n ogen dicht, luisterend naar de vogels, ruikend naar de bloemen en diep genietend van de rust.

Die rust is nooit van lange duur in de Biesbosch. Meestal zijn het zatlappen in motorbootjes die de mooiste, stilste plekjes uitzoeken om zoveel mogelijk lawaai, stank en rotzooi te gaan maken. Dat was het deze keer niet. Het bleek een schreeuwend echtpaar te zijn in een Canadese kano. Ze waren niet dronken, ze schreeuwden niet voor de lol. Ze hadden schreeuwende ruzie over wiens schuld het was als ze tegen de kant botsten.

Normaal meng ik me niet in andermans ruzies, ik wacht gewoon tot ze voorbij zijn. Deze keer duurde me dat te lang, want ze bléven maar tegen de kanten varen. Het schoot niet op. Toen ze vlak bij me waren voeren ze ook nog een bos riet in, waardoor een modderige rietstengel een bruine streep trok over het witte bloesjes van de vrouwelijke helft van het echtpaar. Ze stopten allebei met peddelen, de man om zijn armen ten hemel te heffen, de vrouw om met een zakdoek de modder nog wat verder uit te smeren. Ze stopten geen van beiden met schreeuwen, helaas.

Ik ben er maar eens even heen gevaren, om een eind te maken aan de overlast. Toen ze me in de gaten kregen stopte het geschreeuw, met iets van schaamte. Ze groetten me zelfs en probeerden me weg te kijken, maar daar had ik even geen boodschap aan. Ik was niet van plan hun huwelijk te redden, maar ik dacht ze wel genoeg techniek te kunnen bijbrengen om te zorgen dat ze met een redelijke snelheid konden oprotten. Kortom: Ik groette vriendelijk terug en vroeg of ik ze wat tips mocht geven over het besturen van een boot.

Hun houding veranderde volkomen. Van een inbreker in hun huwelijksproblemen was ik veranderd in een reddende engel. Ze sméékten me om hulp. Lachwekkend en tragisch tegelijk, maar ook wel heel lief. Ik moest er even van blozen. Ik heb ze een eenvoudige stuurslag uitgelegd en ook voorgedaan. Ik heb ze uitgelegd dat de achterste persoon stuurt. De vrouw gaf daarbij een blik zo van: "Zie je wel, het was NIET mijn schuld", maar de man liet het gaan, gelukkig. Ze bedankten me vriendelijk, doken weer op de peddels in het volste vertrouwen dat het nu goed zou gaan, scheurden de volgende bocht in...

En daar maakte de man een perfecte stuurslag, maar wel aan de verkeerde kant van de boot. De vrouw zag weer een rietpol op zich afkomen en boog opzij, de man probeerde zijn foute slag te corrigeren en trok de boot krachtig naar de andere kant, juist op het moment dat de boeg een stevige modderwal raakte...

Ze waren even stil. De man zat nog in de boot, die langzaam onder hem wegzonk. De vrouw stond, tot haar middel in de prut, de modder uit haar ogen te wrijven en geschokt te kijken naar de restanten van het witte bloesje. Ik moest me inhouden om niet te schaterlachen. Even heb ik nog geaarzeld, of ik de schuld op me zou nemen en mijn excuses aanbieden, of ze weer in hun boot helpen en ze helpen de haven te bereiken. Toen zag ik de vrouw diep inademen voor de volgende schreeuwsessie en ben maar gewoon naar een ander kreekje gevaren om verder te genieten van de rust. Daarvoor moest ik een behoorlijk eind weg, ze schreeuwden nog harder dan vóór onze ontmoeting.