Een haai!
Het is herfst in Nederland. Het is grijs, koud en winderig op het water,
dus ik heb maar eens een paar dagen vrij genomen voor een lang weekend Australie.
Daar is het lente. De zee is er nog vrij koud, maar het is in ieder geval
stralend weer. Ik heb m'n eigen zeekayak meegenomen om eens lekker bij te
bruinen op de oceaan.
Zaterdag was ik daar aan het varen. De omgeving was prachtig: Ik voer
nu en dan over koraalriffen met prachtige kleuren en de meest fantastische
vissen, dan weer over afgronden van honderden meters diep, azuurblauw, met
spelende dolfijnen en haaien. De kust bleef in zicht: Een woeste rotskust
met inhammen en immense grotten.
Ademloos dobberde ik rond, rustig peddelend, m'n blik naar de rotsen
hoog boven me, volledig verloren in de grootsheid van het landschap. Opeens
werd ik wakker geschud. Er bonkte iets tegen de neus van m'n boot en drukte
me uit de koers. Ik speurde om me heen en zag een grijze driehoek om me heen
cirkelen. Een haai!
Ik wist dat Australische haaien kayaks interessant vinden. Voor een haai
moet een kayak zowat de vorm hebben van een soortgenoot, maar dan met twee
lompe zwemvoeten, een belachelijk drijfvermogen en een wel heel lage snelheid.
Ze zien ons waarschijnlijk als een zwaar gehandicapte soortgenoot en komen
even gedag zeggen. Meestal zijn ze vrij snel op je uitgekeken en verdwijnen
weer.
Ik wachtte dus rustig af of het beest spontaan zou ophoepelen. Ik bleef
heel stil zitten en hield m'n peddel uit het water om zo min mogelijk interessant
te zijn. Het beest ging niet weg. Het bonkte nóg een keer tegen de
neus van m'n boot. Bij de derde keer probeerde ik hem weg te duwen met m'n
peddel, maar kreeg meteen zo'n klap van de staart dat ik bijna omsloeg. Ik
besloot eieren voor m'n geld te kiezen en om te draaien: kennelijk was dat
de bedoeling van het beest.
De haai liet me rustig de boot keren. Ik begon weer te peddelen, en ook
daar had hij geen bezwaar tegen. Toen ontdekte ik dat terugvaren onmogelijk
was: De stroom was veel sterker dan ik dacht, ik kwam er met geen mogelijkheid
tegenop. Bovendien hoorde ik achter me een branding over een koraalrif slaan.
Te pletter slaan op een koraalrif is een heel onaangename dood, ik werd door
de stroom onherroepelijk die kant opgezogen, dus ik werd een beetje zenuwachtig.
Bovendien kwam die haai zo dicht naast m'n boot dat ik niet meer kon peddelen.
Er was maar één ding dat ik nog kon doen. Ik greep met beide
handen de rugvin van het beest. Ik had verwacht dat hij zich zou losrukken
en onderduiken, maar nee. Hij zette heel rustig kracht, bleef keurig vlak
naast m'n boot en sleepte me met een stevig gangetje uit het gevaarlijke
gebied.
Wat verderop begon hij voorzichtig te schudden, ik liet los en hij begon
weer rondjes om me heen te zwemmen. Rare rondjes, soms op de kop, soms met
z'n open bek uit het water. Op een gegeven moment legde hij zelfs even z'n
open muil op het voordek. Ik kreeg een prachtig uitzicht op een afschrikwekkende
hoeveelheid tanden. Bang was ik niet meer: Het beest had tenslotte m'n leven
gered bij dat koraalrif. Ongemakkelijk voelde ik me wel: Wat moest dat beest
van me?
Hij legde weer zijn kop op m'n dek, en deze keer zag ik iets blikkeren
tussen zijn kiezen. Ik keek nog eens goed en herkende een complete ademautomaat.
Kennelijk had het beest smakelijk een duiker verorberd en was een stuk van
de duikuitrusting muurvast tussen z'n kiezen gekomen.
Voor wat hoort wat: De haai had m'n leven gered, ik heb zijn gebit schoon
gemaakt. Met m'n handen kreeg ik het apparaat niet los, ik had gereedschap
nodig. Ik begon voorzichtig te wrikken met een zakmes, maar zat uiteindelijk
met m'n peddel met alle kracht in die muil te hakken. De haai moest zich schrapzetten
om niet van het dek gedrukt te worden.
De ademautomaat schoot los, de haai maakte van vreugde een luchtsprong
en dook onder. Ik dacht al hem nooit meer te zien, maar even later was hij
terug en legde keurig netjes een pas gevangen zalm op m'n voordek. Dat was
een feestmaal die avond!
Ik had niet zo gauw een verse duiker bij de hand, dus ik kon geen cadeautje
teruggeven. De volgende keer dat ik in die buurt ga varen zal ik daar beslist
voor zorgen.
|