Wedstrijdverslag: De eerste Giethoorn-cross
Afgelopen zondag stond ik me met vier collega's voor te bereiden op een
kayakwedstrijdje. In een stralend zonnetje met windkracht 2 stonden we ons
te kleden in reddingsvesten, helmen en diverse lichaamsbeschermers. Gebitsbeschermers
werden vergeleken, peddels nog even bijgeslepen, testamenten werden bijgewerkt.
En dat allemaal bij een stilstaand modderslootje in Overijssel.
Lijkt je dat overdreven voor een tochtje door de polder? Dacht je dat
Nederland geen wildwater kende, dat je in onze prut-slootjes geen helm nodig
had? Dan ben je nog nooit in Giethoorn geweest. Laat me even uitleggen hoe
de vork in de steel zit.
Een poosje geleden maakte ik met de Utrechtse Kano Club een tochtje door
de Wieden in Overijssel. Het grootste deel van de tocht leidde door natuurgebied:
Ruisende rietkragen, zingende vogels en de geur van moerasgas alom. De schok
was dan ook groot toen we Giethoorn binnenkwamen. Door Giethoorn loopt één
doorgaande sloot. Die sloot is nogal smal (zowat drie meter) en zo ontzettend
druk dat er eenrichtingverkeer van gemaakt is. Er zitten zowat 20 kanoverhuurders
in het dorp en tussen alle beginnende kanoers komt zowat iedere 2 minuten
een rondvaartboot voorbij. Soms gaat het allemaal een tijdje goed, maar als
iemand even de kant raakt of een paar seconden zijn peddel laat rusten onstaat
er acuut een kettingbotsing. Die botsingen zijn heel gemoedelijk: Iedereen
is even vriendelijk en het enthousiasme van de toeristen op de kant is enorm
bij ieder stukje spektakel. We hebben met veel plezier deelgenomen aan de
chaos en waar mogelijk de chaos versterkt, maar we hadden niet de juiste
uitrusting om het onderste uit de kan te halen. We voeren in kwetsbare boten
met botte peddels en zonder enige bescherming, helaas. We hebben onmiddelijk
besloten de tocht nog een keer over te doen met een betere uitrusting en
hebben binnen de Utrechtse Kano Club een nieuwe wedstrijd-discipline opgezet:
De Giethoorn-Cross. De Giethoorn-Cross wordt gevaren op mooie zondagmiddagen
in het hoogseizoen, tegen het eenrichtingsverkeer in. De wedstrijd wordt
gevaren in wildwaterbootjes, met helmen, schouderbeschermers, elleboogbeschermers
en zwemvesten als verplichte uitrichtingsstukken. Gebitsbescherming en een
stevige metalen peddel wordt aangeraden. De wedstrijdregels zijn eenvoudig:
Je moet zo snel mogelijk van de start naar de finish komen. Het gebruik van
andere wapens dan een peddel levert strafseconden op, evenals geweld tussen
deelnemers onderling. Verder is alles toegestaan. Voor het mooiste stukje
geweld, techniek en intimidatie wordt een extra prijs uitgereikt.
De leden van de Utrechtse Kano Club waren wat huiverig om deel te nemen
aan de eerste wedstrijd, dus ik heb onder m'n collega's wat competie gezocht.
Met succes. Alle Foxboro-kayak-veteranen waren aanwezig voor dit evenement:
Erwin Bijvoet, Ellis Bijvoet, Henk Wennink, Richard Spaninks en ikzelf.
We hadden ons dus gekleed in de verplichte uitrusting, elkaars schouderbeschermers
aangestampt, een paar keer geëskimoteerd om de spieren op de warmen en
de hoofden af te koelen (het was 30 graden die dag) en lagen op de startlijn
klaar. Manuela, de zus van Richard, fungeerde als scheidsrechter. Ze was nog
steeds niet helemaal opgedroogd van het vorige kanotochtje en wilde deze
keer graag boven water blijven. Ze wachtte op een mooi doelwit voor het startschot.
Manuela koos een prachtig houten zeilbootje met een jong gezinnetje aan
boord. Een goede keus. Ze mistte, maar de verwarring op de zeilboot was zo
groot dat het ding krakend tegen een betonnen paal voer en zonk. Henk maaide
een deuk in de helm van Ellis. Dat leverde Henk twee strafseconden op: Onderling
geweld is niet toegestaan. Erwin boorde zich onmiddelijk in een rondvaartboot.
Het gejuich op de kant was oorverdovend. Samen met Richard lag ik op kop
en samen met hem passeerde ik het bord "verboden in te varen": Het feitelijke
begin van de race.
Het moet een ballet hebben geleken zoals we eerst synchroon door een
Canadees heengingen en daarna onder een rondvaartboot door eskimoteerden.
Ik stak een duffek door een houten roeibootje heen maar kreeg m'n peddel niet
terug: Het ding zat vast in het hout. Terwijl ik bezig was het gat te vergroten
om m'n peddel terug te krijgen schoot Erwin ondersteboven onder me door.
Henk was ook weer terug in de race, maar net op tijd kwam m'n peddel los
en schoot door in de pijler van een brug die pal boven Henk instortte. Het
kostte hem seconden om zich te bevrijden uit het wrakhout, dus ik wist hem
voor te blijven. Ellis sprintte over het wrakhout heen maar werd keurig gestopt
door een toerist die samen met de brug in het water was gestort. Het publiek
was uitzinnig van vreugde over de strijd tussen Ellis en de toerist.
Ondertussen was ik het eerste serieuze obstakel tegengekomen: Een jacht
dat te diep lag om onderdoor te kunnen. Erwin was er al langs door z'n boot
de wal op te varen en drie meter over de beschoeing te glijden. Ik besloot
dat intimidatie het beste wapen was in dit geval. Ik stond op in m'n boot,
hief de peddel dreigend boven m'n hoofd, trok m'n lelijkste gezicht en riep
met m'n meest woeste stem:
"BAKBOORD!"
"Bakboord" is een krachtterm die door zeilers onderling wordt gebruikt
en die kan betekenen "Mijn zeil staat uit over bakboord, dus ik heb voorrang",
maar die ook kan betekenen "Maak dat je wegkomt met je vieze huurbak of ik
stamp je vaantje zo diep door je strot dat je nog twee weken windveren schijt".
Schippers van motorboten weten niets van zeilen, begrijpen dus niets van
deze krachtterm en hebben geen enkel verweer. De schipper waar ik tegen schreeuwde
stond nog naar adem te happen toen ik door z'n kajuit voer, onderweg een
kop koffie van hem stal en door het achterschip weer naar buiten kwam. Hij
zonk zo snel dat Richard, vlak achter me, al over het dek kon varen. Hij
stond al tot z'n lippen in het water toen hij eindelijk weer een woord kon
uitbrengen en me een antwoord gaf: "Watte?" Dat was meteen zijn laatste woord,
want hij droeg geen helm en Henk wilde erlangs. Voor Ellis was de weg vrij.
We lagen vlak bij elkaar met z'n vijven, dus er volgde een spannende
eindstrijd. Gezamenlijk ploegden we door een veld huurkano's, boorden synchroon
vijf gaten in een politieboot en schoten door de finish. Henk won de wedstrijd
met een neuslengte voorsprong. Ellis kreeg de geweldsprijs voor haar gevecht
met de toerist, Erwin de technieksprijs door drie meter over land te varen,
terwijl de intimidatieprijs naar mij ging. Richard kreeg een oorkonde van
de plaatselijke politie omdat hij de meeste schade had aangericht.
We hebben alle overwinningen gevierd met veel bier en meteen afspraken
gemaakt voor de volgende wedstrijd.
|