Branding

Ik had weer eens vergeten de golfhoogte te controleren. Ik had even op Internet kunnen kijken, ik had ook even het strand op kunnen wandelen voordat ik m'n kayak daarheen begon te slepen. Maar nee: Ik stond al met m'n boot bij de golven toen ik doorkreeg dat de branding toch wel knap hoog was voor een onervaren kayakker met een wildwaterbootje, zonder helm en zonder zwemvest.

Normaal gesproken is m'n leven me lief. Ik neem geen overdreven risico's, ik heb geen behoefte de bink uit te hangen, ik durf op ieder moment "nee" te zeggen als iets me te ver gaat. Op dit moment kon dat niet. De gouden regel van de kayakker is: "Als je begonnen bent de kayak los te maken van de auto, dan zit je eraan vast". Ik had niet alleen de boot losgeknoopt, ik had hem zelfs naar het strand gezeuld. Ik had dus geen enkel excuus om om te keren: Ik moest varen.

Staand op het strand kon ik niet de horizon zien over de golven heen: Ze waren dus minstens 2 meter hoog vanaf de waterspiegel, met uitschieters naar 3 meter en dat vlak bij het strand. Meestal is er meer dan één branding, dus er was nog een kans dat de buitenste branding wat lager was, maar dan moest ik wel eerst door de eerste branding heen.

Zonder goede moed, maar met behoud van m'n eer, stak ik van wal. Na de eerste golf liep het water al uit m'n neus en oren, de tweede sloeg het spatzeil los en sloeg bijna de peddel uit m'n hand en daardoor kon de derde de neus van de boot zover optillen dat ik achterover sloeg. Dat is niet abnormaal, ik was voorbereid, dus ik eskimoteerde, draaide de boot weer met z'n neus in de golven en ging gewoon verder. Nog 3 golven te gaan en ik zou er doorheen zijn. De eerste daarvan had ik keurig onder controle: Netjes onder water erdoorheen en dan op het juiste moment lucht happen voor de volgende. Ik stond op het punt de neus van de kayak daarin te boren toen ik iets zag drijven op de golf. Een stuk hout! Een balk van zowat een meter lang, zwaar van het water, met roestige spijkers eruit. Het ding kwam recht op me af!

In een reflex nam ik een beslissing. Ik liet de neus van de kayak omhoog komen om het stuk hout onder de boot te krijgen in plaats van recht in m'n gezicht. Met een doffe bonk en een schrapend geluid schoot het onder me door. Dat ging goed, maar ik lag niet meer in positie om door de golf heen te duiken. Voor de tweede maal ging de neus de lucht in en sloeg ik achterover. Weer eskimoteren, maar voor omdraaien had ik de tijd niet: De laatste golf zat al achter me, lichtte me op en stuwde me met een enorme snelheid richting strand.

Okee dacht ik, dan gaan we surfen. We pakken wat er te pakken valt. Ik legde de kayak op de top van de golf en liet het bootje lekker lopen waar het lopen wilde. Eén ding vergeten: Dat verdomde stuk hout! Houten balken surfen niet, die blijven min of meer op hun plek heen en weer dobberen. Ik bedacht dat pas toen m'n peddel met zo'n rotklap ertegenaan sloeg dat de peddel dubbel boog en knakte. Geen tijd om de reservepeddel van het achterdek te halen: Onbestuurbaar en overgeleverd aan de elementen werd ik een paar seconden later met boot en al op de kant gesmeten. Eerst ik, daarna de boot erbovenop, met z'n neus achterin m'n rug. Even verloor ik het gevoel in m'n benen en dacht al dat ik nooit meer zou peddelen, maar toen de rest van de boot achterin m'n knieen sloeg bleek het nog wel mee te vallen met dat gevoel.

Gelukkig lag ik vlak bij een EHBO post. Ze hadden pleisters, troostende woorden, een glaasje water en een sigaret. Ze hadden zelfs materiaal om m'n peddel te spalken en waren daarna zo vriendelijk me weer in m'n boot te helpen voor de volgende poging. Het stuk hout was gelukkig weggedreven ondertussen.